Pas geleden was ik te gast in “De Onderbroek” in Nijmegen.
Een muziekkelder zoals ik ze me herinner uit vervlogen tijden. Trappetje af, smalle gangetjes door om vervolgens uit te komen in een sfeervol aangeklede betonnen ruimte.
De bandjes vulden de ruimte met passende muziek voor een betonkelder. Soms met verrassend zachte passages maar over het algemeen klonk het als gewapend beton. Nou ben ik daar niet vies van maar ik moest wel even ver terug in de tijd.

Na afloop de oordoppen uit en thuis toch eens door mijn oude verzameling lp’s gestruind. Ze staan lukraak gesorteerd op een paar schappen en gepropt in een paar dozen. Van Neil Diamond, Santana, Pink Floyd, Thijs van Leer, Tol Hansse naar Black Sabbath. En die zocht ik. De pick-up en versterker aan en de koptelefoon op. Ik laat me via de Onderbroek weer terugvoeren naar een wat ruigere periode in mijn jeugd.

Thijs van Leer had toen al afgedaan, de brommer al opgevoerd, de haren hingen al op de schouders en de wietgeur ging het ene neusgat in en het andere uit. En alhoewel mijn spreekbeurt in mavo4 over de verschillen in de diverse soft en harddrugs ging en we wat hash rond lieten gaan, beschouwde ik me niet als een echte gebruiker.

Iron man van Black Sabbath was toen wel een van mijn lijfliederen en paste destijds uitstekend bij mijn vriendin maar haar wietbeleving was toch wat anders dan die van mij. Na enige weinig inspirerende blowsessies reed mijn opgevoerde brommertje toch een andere richting uit. Santana en Pink Floyd kwamen meer in mijn leven, de haren werden korter, de brommer ingeruild voor een autootje. En dan is het wel leuk om dik 50 jaar later onverwachts weer even teruggevoerd te worden naar een fijne en “ruige” jeugdperiode.