Stront aan de knikker. Mooie uitdrukking en duidelijk dat er wat staat te gebeuren. En niet zo maar iets, nee. Iets ergs. Het toilet klonk als een rochelende kangoeroe en de afvoer van de keuken klonk ook al niet gezond. Aangezien die twee op dezelfde afvoer aangesloten zijn, wist ik wel hoe dat ging eindigen. Als eerste probeer je een milde ontstopper, dan grijp je naar de sterkere middelen om uiteindelijk een ontstoppingsveer te huren.

Maar ook hier zit er weinig verschil tussen hoop en vrees. De veer brengt wel hoop maar ik vrees het ergste, en die wordt bewaarheid. En dan komen de professionele bedrijven om de hoek kijken. Om de kosten te drukken begin ik al vast met voorbereidend graafwerk in de tuin. De kans bestaat dat een put diep onder de grond het probleem is. Ik denk te weten waar die zit, maar zit er een dikke meter naast en dat is best ver als ik naar de berg grond kijk. Maar het werk loont. Ik trek de deksel van de put en direct stroomt de hele gevulde rioolleiding het gegraven gat in.

De stank is gigantisch maar het probleem duidelijk. En omdat geur lang in je geheugen blijft hangen zie ik de beelden van vroeger weer voorbijkomen. Wij woonden ‘achteraf’ en waren toen nog niet aangesloten op een centraal rioleringssysteem. Er was een zinkput die elk jaar leeggehaald moest worden met een gierschep, op de kruiwagen en honderd meter verderop leeggegooid. Mijn vader verkondigde dan steevast de boodschap: ‘niet meer dan acht velletjes gebruiken jongen, anders moet dit twee keer per jaar’. Na flink raggen stroomt mijn put leeg richting gemeenteriool en kan ik opgelucht ademhalen. Het professionele bedrijf kan ik gelukkig op tijd afbellen. Maar die acht velletjes zitten wel in mijn hoofd.

Maak jouw eigen website met JouwWeb